Amphicarpa bracteata 1[wilde pinda – hog peanut (EN)]

In Noord-Amerika werd de bospinda door verschillende prairie-indianenstammen gegeten. De Pawnee-indianen waren veruit de meest creatieve verzamelaars van bospinda’s. In plaats van zelf naar de kleine noten te zoeken, zochten ze de nesten van prairiewoelmuizen op. De muizen verzamelden de noten als wintervoorraad.

Ook de Chippewa en Cherokee- indianen aten de noten, maar schreven ook tal van medicinale eigenschappen toe aan de plant, een thee van de wortels werd bijvoorbeeld als antigif op slangenbeten gespuwd of gedronken tegen diarree.Amphicarpa bracteata 2

De bospinda is een Noord-Amerikaanse kruip- of klimplant. Het geslacht Amphicarpeae (Grieks voor 2-zadig) is uniek doordat het twee verschillende types van zaad produceert. De bospinda maakt hiervoor twee verschillende types van bloemen aan. De ‘normale’ bloemen bovenop zijn ranken die door middel van kruisbestuiving de genetische diversiteit van de plant moeten verzekeren. En zelf bevruchtende bloemen die laag aan de grond gevormd worden. Eens bevrucht graaft het vruchtbeginsel zich in de grond om daar verder te ontwikkelen tot een lekkere bospinda.

In principe is de plant éénjarig. Maar doordat hij letterlijk zichzelf zaait, kan je hem dus beschouwen als doorlevend. In West-Europa is de bospinda winterhard. Hij gedijt goed in de schaduw en is dus een ideale plant voor een voedselbos of bostuin. Ook kan hij goed als bodembedekker aangeplant worden en is het een goede groenbemester.

Amphicarpa bracteata 3Om de opbrengst te verhogen zorg je voor een goed contact met de grond, geef hem wat steun door erwtenrijs naast de planten te voorzien. Hoewel je de zaden ook kan eten is het ons toch te doen om de pinda’s. Deze zijn ongeveer 1 cm groot en bevinden zich net onder het aardoppervlak. Oogsten kan zodra de plant is afgestorven.

De pinda’s zijn na pellen zowel rauw, gebakken, gebrand of gekookt zeer lekker. De smaak is net echt een pinda.

 

 

 

Planten in pot zijn het ganse jaar leverbaar.

€1.50